Hoe grijs en groen samen de stad gezonder maken

Klimaatadaptieve bestrating kan regenwater verbinden met bodem en groen, mits de hele opbouw als één systeem wordt ontworpen.

Bestrating is onmisbaar in het stedelijke ecosysteem. Pleinen, straten en verblijfsgebieden moeten toegankelijk, veilig en functioneel zijn. Een marktplein moet bijvoorbeeld ruimte bieden aan evenementen en marktkramen, terwijl in een horecastraat terrassen stabiel moeten kunnen worden opgebouwd. Volledig vergroenen is daarom lang niet overal mogelijk of wenselijk.

De interessante vraag is niet óf we moeten bestraten, maar waar, hoeveel en op welke manier. Juist door verharding, groen en waterbeheer als één systeem te ontwerpen, kan bestrating bijdragen aan een gezonde bodem.

Regenwater als lokale bron

Traditionele gesloten verharding voert een groot deel van het regenwater via kolken en riolering af. Daardoor komt minder water lokaal in de bodem terecht. Bij een grotere mate van verharding neemt het aandeel neerslag dat wordt afgevoerd toe en infiltreert minder regenwater naar de ondergrond, zoals omschreven in de Richtlijnen voor infiltratievoorzieningen STOWA.
Klimaatadaptieve bestrating kan die relatie veranderen. Daarbij is onderscheid te maken tussen open en waterpasserende bestrating.

Het verschil tussen open en waterpasserende bestrating

Open bestrating bevat bewust ruimte in en tussen de stenen. Die open ruimte kan worden gevuld met gras, lage begroeiing of waterdoorlatend materiaal. Daarmee ontstaat niet alleen ruimte voor infiltratie, maar ook voor vergroening. Voorbeelden zijn grasbetontegels of open bestratingssystemen zoals de NCB Steen en EcoStrook van MBI De Steenmeesters, waarbij tot wel 40% van het oppervlak open blijft.
Bij waterpasserende bestrating ligt de nadruk vooral op het afvoeren van hemelwater naar de ondergrond. Water passeert bijvoorbeeld via verbrede voegen of speciaal gevormde openingen tussen de stenen. Een Drainsteen is hiervan een voorbeeld: uitsparingen aan de zijkanten creëren een doorlopend voegenpatroon waardoor water kan worden afgevoerd.

Van straat naar groeiplaats

De grootste winst ontstaat wanneer bestrating niet als los product wordt toegepast, maar complementair aan andere aanwezige systemen in het gebied. Water uit een straat, parkeerplaats of plein kan via waterpasserende zones worden geleid naar een bergende fundering, boomgroeiplaats, plantvak of wadi. Zo wordt regenwater een lokale bron voor groenstructuren. Niet-afgedekte of goed doorlatende bodem vergroot op deze manier de infiltratie- en bergingsmogelijkheden en draagt bij aan de gezondheid van stedelijk groen, verkoeling en biodiversiteit.

Dat betekent niet dat iedere vierkante meter open moet zijn. Bodemopbouw, grondwaterstand, groeiplaatsinrichting, vervuilingsrisico, toegankelijkheid, verkeersbelasting en beheer bepalen wat op een locatie werkt. Daarom is het van groot belang om al vroeg in het ontwerpproces samen met de verschillende betrokken partijen aan tafel een complementaire inrichting te bespreken. Zo wordt de kans op slagen van de beoogde doelen voor het gebied aanzienlijk groter.

Bestraten waar nodig, verbinden waar mogelijk

De gezonde stad vraagt niet om een keuze tussen grijs of groen. Juist de verbinding biedt kansen: gesloten verharding waar functionaliteit dat vraagt, open of waterpasserende zones waar ruimte is en een ondergrond die water kan bergen, infiltreren en beschikbaar stellen aan groen. Zo ondersteunt strategisch toegepaste bestrating het natuurlijke bodem- en watersysteem van de stad.

Bronnen

Bedrijf: MBI De Steenmeesters
Website: www.mbi.nl
Telefoonnummer:  +31 413 349 400
E-mailadres: info@mbi.nl

Deel deze post

Inhoudsopgave